Heemkundevereniging Landgraaf

Dé plek voor je stamboom en ander historisch onderzoek

Nieuwenhagen.

Tot 17 januari 1800 hoorde Nieuwenhagen tot de hoofdbank waarvan in de Franse tijd tot het canton Heerlen. De inwoners van Nieuwenhagen waren dus aangewezen op de schepenbank van Heerlen. Omdat Nieuwenhagen geen eigen kerk had, was het overgrote deel van de inwoners kerkelijk aangewezen op Heerlen. Om in Heerlen te komen moesten zij gebruik maken van de weg door Schaesberg. Deze weg was van Heerlen en zou nu gezien worden als een stuk neutrale weg door Spaans gebied. De inwoners van Heerlen, Nieuwenhagen en Schaesberg mochten er gebruik maken en anderen moesten er tol voor betalen. Tolhuizen stonden en in Nieuwenhagen en in Schaesberg.

De mensen woonden aanvankelijk voor het overgrote deel in het zogenaamde "Onderst Nieuwenhagen". Een kapel, die later kerk werd, lag op het grondgebied van Ubach over Worms. Dit deel wordt ook wel het "Spaans Kentje" genoemd en ook Ubachs Nieuwenhagen. Een klein deel van de inwoners moest voor kerkelijk zaken naar Eygelshoven dat weer tot het Land van Terheijden behoorde. Tot aan de Franse tijd een lappendeken vol grenzen.

Uiteindelijk kwam er toch een kerk te liggen op het grondgebied van Nieuwenhagen. Uiteindelijk kreeg ook Bovenst Nieuwenhagen, het huidige Nieuwenhagerheide, een eigen kerk.

Elders vetellen we daar nog wel meer over, maar zeker is dat in de Romeinse tijd in Nieuwenhagen gewoond werd. Het is nog lang niet duidelijk of over de Hereweg ook een Romeinse weg liep, maar zeker is dat hier Romeinse bebouwing en een redelijk groot Romeins graf is gevonden. In het algemeen wordt ervan uitgegaan dat het om een vrouwengraf gaat.

Eeuwen later was Nieuwenhagen ook weer een centrum voor pottenbakkers. Meerdere pottenbakkersovens zijn opgegraven en onderzocht. 

In het begin van de 19e eeuw had Nieuwenhagen zo'n 2.500 inwoners. Een kleine gemeente waarin grote imposante boerderijen, op een enkele na, ontbraken. Het merendeel van de inwoners verdiende de kost als dagloner, knecht of handelaar/kramer. Er was duidelijk sprake van armoede. Veel mensen maakten en handelden in zwavelstokjes hetgeen de inwoners de bijnaam "sjweëgelsöppers" opleverde. Natuurlijk waren er mensen bij die zich verder wisten te ontwikkelen. Zo verplaatste de familie Erens haar handel van Onderst Nieuwenhagen naar een pand binnen Schaesberg maar wel op de grens met Nieuwenhagen. In dit pand werden Frans en Emile Erens geboren. De familie Jurgens verliet de streek om in Oss een boterfabriek te beginnen. Deze fabriek groeide uit tot een van de grootste concerns "Unilever". Ook de familie Kochs wist zijn handelsimperium uit te breiden. 

Veel inwoners en met name de mannen gingen op zoek naar werk in Duitsland waar ze in de omgeving van Mönchen Gladbach op de steenfabrieken werkten. Ze werden "brikkebekkers" genoemd. Ze waren de hele week van huis. Weer anderen gingen dagelijks te voet op en neer naar de fabrieken in de omgeving van Aken en Herzogenrath. 

Hoewel Nieuwenhagen geen mijnzetel kreeg, werd de gemeente wel geconfronteerd met de gevolgen van de mijnen. Het aantal inwoners begon te stijgen. Mensen werkten op de mijnen in Eygelshoven, Brunssum, Schaesberg of Heksenberg. Voor die mensen moesten huizen werden gebouwd. Het ging maar mondjesmaat en voor de oorlog werd in feite alleen maar de wijk De Voort gerealiseerd. Omdat de woningnood hoog bleef werden ook in Nieuwenhagen na de oorlog veel woningen gebouwd. 

Ook Nieuwenhagen merkte de gevolgen van de sluiting van de mijnen. De oude bebouwing aan de eeuwenoude smalle Hereweg moest worden gesloopt. De weg werd breder en er kwam nieuwe woningbouw. De Hoogstraat, die vanwege de route met Heerlen en Duitsland steeds belangrijker was geworden, vraagt tot op de dag van vandaag aandacht en met name een stedenbouwkundige oplossing om verpaupering tegen te gaan. Hier verdwenen de grote warenhuizen van Cortissen en Mosmüller.

Een gedeelte van het grondgebied van de gemeente werd gevormd door de Brunssummerheide. Het verloop van de landgraaf is herkenbaar in de straatnaamgeving en met met name "De oude Landgraaf". De Landgraaf liep zo door tot net voor de grens met Ubach over Worms om daar de Hoogstraat (nabij het huidige zwembad) over te steken. Hier lag vroeger een nat gebied (beemden of benden)

Nieuwenhagen groeide uit tot een gemeente met circa 9.400 inwoners. Na de gemeentelijke herindeling werd in het gebied tussen de Dorpstraat van Nieuwenhagen en de Keizerstraat van Schaesberg een compleet nieuwe gebiedsontwikkeling gerealiseerd. Dat ging ten kosten van het zogenaamde Erenshuis. Naast woningbouw werd in het gebied het WC Op de Kamp met raadhuis gerealiseerd. Dit zogenaamde middengebied, ligt in het midden van de gemeente Landgraaf.


Meer weten? Loop dan een keer bij ons binnen of wordt lid.







Deze tekst past u aan door erop te klikken.