Heemkundevereniging Landgraaf

Dé plek voor je stamboom en ander historisch onderzoek

De Romeinen in Landgraaf.

Het is 100% zeker dat ergens tussen Heerlen en Rimburg de Romeinse weg van Bologne-sur-Mer naar Keulen heeft gelopen. We noemen dat tegenwoordig ook de Via Belgica. Helaas is het tracé grotendeels onbekend. In Rimburg ligt het enige stuk van de weg dat zeker is. Ook in Nieuwenhagen en Schaesberg zijn Romeinse gebouwen gevonden.


In het jaarboek 2002 van de heemkundevereniging is een uitvoerig artikel over de mogelijke tracés en andere wetenswaardigheden over de weg in Landgraaf verschenen. Dit jaar boek is helaas uitverkocht. Het artikel is echter te lezen door op onderstaande link te klikken.


Het verloop van de Romeinse weg door Landgraaf


Rimburg in de Romeinse tijd

Natuurlijk weten we nog niet zo gek veel. In Rimburg kwam de weg uit bij de Worm. Opgravingen hebben niet alleen het tracé aangetoond, maar ook restanten van de brug. Toen de Romeinen in het land kwamen ziet de in hoofdzaak boerenbevolking niet alleen de soldaten maar ze zijn zeker ook te horen. De lokale bevolking wil wel vechten maar tegen deze overmacht kunnen ze niet op. Het gebied wordt ingedeeld bij Germania inferior, de meest noordelijke provincie van de Romeinen.

De komst van de Romeinen bracht voor de bevolking veranderingen met zich mee. Er kwam een netwerk van wegen, de vruchtbare grond werd gebruikt voor landbouw, er kwamen allerlei gebouwen en ze krijgen te maken met heel andere dingen en culturen. De lokale bevolking neemt natuurlijk dingen over waardoor een Gallo-Romeinse cultuur ontstaat.

Net als op andere kruispunten van wegen en rivieren ontstaat in Rimburg in het midden van de 1e eeuw een straatdorp. We noemen dat een vicus. Natuurlijk is Rimburg niet te vergelijken met plaatsen als Heerlen en Maastricht.

Onderzoek heeft uitgewezen, dat de bebouwing haaks op de weg stond en aan beide oevers van de Worm lag. Aan de straatkant lagen allerlei kleine winkelruimtes, ateliers en andere ambachtsruimtes. Daarachter lagen dan de woonvertrekken en voorraadkamers. De gebouwen waren opgetrokken uit steen of vakwerkbouw of een combinatie van beiden. Uit opgravingen en vondsten weten we dat er een smederij met een remise voor wagens heeft gelegen, evenals pottenbakkers. Bij de houten brug lag ook een watermolen die geschikt was voor het malen van graan. De vicus is zeker bewoond gebleven tot in de 4e eeuw. Daarna breekt er een tijd aan waar over bewoning veel minder weten. Bij het zogenaamde Via Belgicameubel aan de Palenbergerweg is een impressie te zien van hoe Rimburg er in de Romeinse tijd mogelijk heeft uitgezien. Deze beelden zijn ook opgenomen in het fotoalbum onder aan de pagina.


Op 3 december 2020 is de weg bij graafwerkzaamheden gevonden onder de Broekhuizenstraat. De weg liep niet, zoals vaak gedacht, via de Lindengracht maar volgt het tracé langs het beekdal van de Worm. Eindelijk weten we nu weer iets meer. De weg had overigens een grotere breedte van de huidige Broekhuizenstraat. De Romeinen hielden al rekening met de afwatering aan beide kanten van de weg en de weg moest ook breed genoeg zijn voor het passeren van mensen en vervoersmiddelen.

Een doorsnee van de weg is bij de foto's te zien.


Een Romeins graf en gebouw in Nieuwenhagen

In juni 1964 wordt in Nieuwenhagen in het Hoefveld gestart met de bouw van een nieuwe school. Meteen al bij het begin van het graafwerk raakt de machine naar zal blijken een Romeins crematiegraf. Een klein deel van het glaswerk dat bij de grafgiften hoort werd beschadigd. Ook blijkt al snel, dat er dingen verdwenen. Gelukkig kan het overgrote deel van de grafgiften uit de bouwput gered worden en overgebracht worden naar het museum in Heerlen. De stadsarchivaris en conservator van Hommerich komt tot de conclusie dat het een vrouwengraf uit de tweede eeuw is. De vondsten zijn één keer te zien in Nieuwenhagen en maken nu deel uit van de collectie van het Thermenmuseum in Heerlen.

Wanneer omstreeks 2004 de school weer gesloopt wordt voor woningbouw en ook een nieuwe school in de buurt wordt gerealiseerd, grijpen archeologen hun kans om nogmaals onderzoek te doen. Zij vonden weer fundering van kiezelstenen van 16,5 m x 16,5 m. Zij trokken de conclusie dat het graf waarschijnlijk omgeven is geweest door een muur. De aanwezigheid van een grafmonument werd niet uitgesloten. Nu herinnert een monument aan het gevonden graf.


In oktober 1977 werden bij de aanleg van de wijk het Hoefveld restanten aangetroffen van Romeinse bebouwing. Men had toen één dag voor een opgraving. Geconcludeerd werd dat men te maken had met het hoofdgebouw van een kleine Romeinse villa. Op dezelfde plek aan de voormalige Koelweg waren in 1926 ook al scherven en restanten van fundering gevonden. Het hierboven genoemde graf lag op een afstand van circa 250 meter van deze vondst. Ook in de jaren 30 werd onderzoek gedaan in de omgeving. Tussen de locatie van de jaren 30 en die in 1977 ligt een afstand van circa 100 meter. Helaas is er nooit een volledig onderzoek gedaan. De locatie heeft nooit de aandacht gekregen die ze nodig had. Het blijft daardoor onzeker of er echt een villa heeft gelegen. De vondst van Romeins materiaal blijft echter een feit. In ons jaarboek 2008 is meer te vinden over dit gebouw.


Een Romeinse villa bij de Overste Hof

Voordat de oprukkende Wilhelminaberg onderzoek voor altijd onmogelijk kon maken, werd in 1920 in de buurt van de Overste Hof een noodopgraving worden gedaan. Van deze opgraving is gelukkig een gedetailleerd rapport bewaard gebleven. Omdat er in die tijd op de akkers ook nog veldvruchten stonden kon niet alles worden onderzocht. Er werd een gebouw aangetroffen met een lengte van 35 meter een een breedte van circa 20 meter. Ook werd een binnenhof aangetroffen. Mede aan de hand van uitvoerig beschreven vondsten mag de conclusie getroffen worden, dat het hier ging om een landhoeve of villa rusticae. Onder de berg verdween in de omgeving in die tijd ook een Romeins grafveld, dat langs de weg moet hebben gelegen. De restanten van de villa liggen nu onder een dik pakket grond en steenslag van Wilhelminaberg. De vondst is uitvoerig beschreven in het themaboek van Monumentendag 2016.


Beeldje van Minerva en Mercurius

Tijdens een van de opgravingen in Rimburg werd een altaar- of devotiesteen gevonden uit de 1este helft van de 1ste eeuw. Het roodstenen beeld heeft een hoogte van 38 cm en stelt een kleine tempel voor. Twee zuilen dragen een driehoekig geveldak dat voorzien is van een sterrenveld met bladgierlandes. Binnen in het tempeltje staat aan de linkerkant de godin Minerva met land en schild. Rechts staat een even grote man met een volle baard die in zijn linker hand een geldbuidel vasthoudt, terwijl hij met de rechterhand iets vaags uit een offerschaal strooit. Tussen Minerva en de man is een uiltje afgebeeld. Aan de buitenzijden zijn de gebruikelijke gestileerde bomen aangebracht. Wie is dit paar?

Goden herkent men aan attributen die ze bij zich hebben. Deze attributen wijzen in de richting van Minerva. Zij wordt immers afgebeeld met lans en schild. Maar wie is dan die man die met zijn geld pronkt? Godenhuwelijken kwamen veelvuldig voor en Minerva trouwde dan met Mercurius. De attributen die deze man in zijn handen heeft, geven ook aan dat het Mercurius is. Maar in de tweede eeuw kennen we ook een Keltische Renaissance. En dan zou het Rosmertha en Sucellos zijn, de Keltische regionale goden en tegenhangers van Minerva en Mercurius.